Addy's gids

 

 

 
Onderzoek
English version

 

Gastenboek contact

Introductie
Twaalf manieren om aan iets te blijven werken tot het af is
Addy's gouden regels
Opruimen
Studeren
Over Addy's gids
Luisteren
Dating(1) - heb ik iets verkeerd gezegd?
Dating (2) – het verschil tussen een telefoontje
Relaties
Lijk ik op Addy?
Uitstellen
Slapen
Vergaderen
Addy's brein

ADD-onderzoek

Links

 


Onderzoek op het gebied van ADD

Als je kijkt naar verslagen van onderzoek naar ADD, dan zie je dat het vaak niet eens ADD heet. Het wordt omschreven als een soort ADHD maar dan niet hyperactief en vooral onoplettend. In Nederlandstalig onderzoek wordt wel gesproken van ADHD – het overwegend onoplettende type en in het Engels ADHD – the inattentive subtype [1-3].

DSM-V
In de gids met alle psychologische afwijkingen die psychologen gebruiken, op dit moment de DSM-IV [4], wordt ervan uitgegaan dat je drie verschillende soorten ADHD hebt: hyperactief, onoplettend en gecombineerd. Maar het zit er dik in, dat in de volgende editie van deze gids (DSM-V) ADD weer apart staat (zoals in oudere edities), omdat veel onderzoek erop wijst dat er verschillen zijn tussen ‘het onoplettende type’ en de andere twee subtypes: neurologisch gezien  is er een andere oorzaak en  ook verschillen in de effecten van behandelingen [1, 5-7].

Oorzaken
Je zou kunnen zeggen dat er een lijn van onderzoek is, die zich richt op het achterhalen van wat het precies is en wat de oorzaken kunnen zijn. Men is het erover eens dat erfelijke factoren een rol zouden kunnen spelen, want het komt vaak binnen één familie voor [6, 8].

Maar er kunnen ook nog andere factoren een rol spelen, zoals de levensstijl en de blootstelling aan bepaalde chemicaliën [9-12]. Ook wordt gekeken naar factoren als geslacht en leeftijd – het lijkt erop dat de symptomen minder worden bij het ouder worden [13, 14]. Over de invloed van geslacht blijkt het moeilijker om iets zinnigs te zeggen [14].

Behandelmethodes
Een andere lijn richt zich op de effecten van behandelmethodes, zoals coaching van mensen met ADD of van verschillende vormen van medicatie. Wat daarbij opvalt, is dat er veel verschillen zijn: voor de één werkt medicatie prima, voor de ander juist niet. Met name ritalin blijkt bij sommigen een geschikte aanpak, maar lang niet bij iedereen (bij de andere subtypes van ADHD blijkt het effect overigens veel groter) [15, 16].

Wat het ook moeilijks dat ADD samen kan vallen met verschillende andere psychische condities en afwijkingen als vormen van autisme, CD DBD en ODD. Dit bemoeilijk niet alleen de diagnose, maar zorgt er ook voor dat het effect van behandelmethodes verschilt [3, 17-21].

Alternatieven
Er wordt recentelijk ook onderzoek gedaan naar de effecten van minder drastische medicatie, zoals Citicoline [22, 23] (ook wel CDP-Choline genoemd, vrijelijk op internet te verkrijgen) en Ginkgo biloba [24] (bij veel drogisten te koop). Dit is vooral van belang omdat deze niet of nauwelijks bijverschijnselen veroorzaken.

Daarnaast wordt ook gekeken naar de effecten van hulpmiddelen als (speciaal ontwikkelde) games [25] en schermpersonages. Een interessant schermpersonage is ontwikkeld aan de universiteit van Thessalonika als hulp bij het studeren [26]. De resultaten van de eerste, nog kleinschalige experimenten zijn hoopgevend.

Wat betreft games is vooral het effect van neurofeedback aangetoond, al kan nog niets gezegd worden van de lange termijn [27, 28]. Bij neurofeedback gaat het om een soort computerspel, waarbij de speler hersensignalen afgeeft om een auto te sturen. Die activiteit stimuleert het gebied dat bij ADD’ers minder actief is.

2 juni 2011

Literatuur:

  1. Grizenko, N., M. Paci, and R. Joober, Is the Inattentive Subtype of ADHD Different From the Combined/Hyperactive Subtype? Journal of Attention Disorders, 2010. 13(6): p. 649.
  2.  Schmitz, M., H. Ludwig, and L.A. Rohde, Do Hyperactive Symptoms Matter in ADHD-I Restricted Phenotype? Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 2010. 39(6): p. 741-748.
  3. Valo, S. and R. Tannock, Diagnostic instability of DSM–IV ADHD subtypes: Effects of informant source, instrumentation, and methods for combining symptom reports. Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 2010. 39(6): p. 749-760.
  4. Association, A.P. and A.P.A.T.F.o. DSM-IV., Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-IV-TR2000: Amer Psychiatric Pub Inc.
  5. Adams, Z.W., R. Milich, and M.T. Fillmore, A Case for the Return of Attention-Deficit Disorder in DSM-5. The ADHD Report, 2010. 18(3): p. 1-6.
  6. Diamond, A., Attention-deficit disorder (attention-deficit/hyperactivity disorder without hyperactivity): A neurobiologically and behaviorally distinct disorder from attention-deficit/hyperactivity disorder (with hyperactivity). Development and Psychopathology, 2005. 17(03): p. 807-825.
  7. Carr, L., J. Henderson, and J.T. Nigg, Cognitive control and attentional selection in adolescents with ADHD versus ADD. Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 2010. 39(6): p. 726-740.
  8. Pheula, G.F., L.A. Rohde, and M. Schmitz, Are family variables associated with ADHD, inattentive type? A case–control study in schools. European child & adolescent psychiatry, 2011: p. 1-9.
  9. Botting, N., et al., Attention deficit hyperactivity disorders and other psychiatric outcomes in very low birthweight children at 12 years. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 1997. 38(8): p. 931-941.
  10. Aguiar, A., P.A. Eubig, and S.L. Schantz, Attention deficit/hyperactivity disorder: a focused overview for children’s environmental health researchers. Environmental health perspectives, 2010. 118(12): p. 1646.
  11. Nigg, J.T., et al., Confirmation and extension of association of blood lead with attention deficit/hyperactivity disorder (ADHD) and ADHD symptom domains at population typical exposure levels. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 2010. 51(1): p. 58-65.
  12. Cho, S.C., et al., Effect of environmental exposure to lead and tobacco smoke on inattentive and hyperactive symptoms and neurocognitive performance in children. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 2010. 51(9): p. 1050-1057.
  13. Ramelli, G.P., et al., Age-dependent presentation in children with attention deficit hyperactivity disorder. World Journal of Pediatrics, 2010. 6(1): p. 90-90.
  14. Ramtekkar, U.P., et al., Sex and age differences in attention-deficit/hyperactivity disorder symptoms and diagnoses: implications for DSM-V and ICD-11. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 2010. 49(3): p. 217-228. e3.
  15. Langford, S. and D. Moher, How efficacious and safe is short-acting methylphenidate for the treatment of attention-deficit disorder in children and adolescents? A meta-analysis. CMAJ, 2001. 165(11): p. 1475-88.
  16. Roessner, V., et al., Methylphenidate normalizes elevated dopamine transporter densities in an animal model of the attention-deficit/hyperactivity disorder combined type, but not to the same extent in one of the attention-deficit/hyperactivity disorder inattentive type. Neuroscience, 2010. 167(4): p. 1183-1191.
  17. Genro, J.P., et al., Attention-deficit/hyperactivity disorder and the dopaminergic hypotheses. Expert review of neurotherapeutics, 2010. 10(4): p. 587-601.
  18. Faraone, S.V. and S.J. Glatt, A comparison of the efficacy of medications for adult attention-deficit/hyperactivity disorder using meta-analysis of effect sizes. The Journal of clinical psychiatry, 2010. 71(6): p. 754.
  19. Puffenberger, S.S., The Efficacy of Working Memory Training for Children and Adolescents with Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder-Combined type compared to Children and Adolescents with Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder-Primarily Inattentive type, 2011, The Ohio State University.
  20. Semrud-Clikeman, M., et al., Executive Functioning in Children with Asperger Syndrome, ADHD-Combined Type, ADHD-Predominately Inattentive Type, and Controls. Journal of autism and developmental disorders, 2010: p. 1-11.
  21. Meltzer, H., et al., Mental health of children and adolescents in Great Britain. International Review of Psychiatry, 2003. 15(1-2): p. 185-187.
  22. Saver, J.L., Citicoline: update on a promising and widely available agent for neuroprotection and neurorepair. Rev Neurol Dis, 2008. 5(4): p. 167-77.
  23. Silveri, M., et al., Citicoline enhances frontal lobe bioenergetics as measured by phosphorus magnetic resonance spectroscopy. NMR in Biomedicine, 2008. 21(10): p. 1066-1075.
  24. Niederhofer, H., Ginkgo biloba treating patients with attention deficit disorder. Phytotherapy Research, 2010. 24(1): p. 26-27.
  25. Kwan, G., Issues: Pay attention! Can custom–made video games help kids with attention deficit disorder. Berkeley Medical Journal, 2002.
  26. Chatzara, K., C. Karagiannidis, and D. Stamatis. An Intelligent Emotional Agent for Students with Attention Deficit Disorder. 2010. IEEE.
  27. Lévesque, J., M. Beauregard, and B. Mensour, Effect of neurofeedback training on the neural substrates of selective attention in children with attention-deficit/hyperactivity disorder: A functional magnetic resonance imaging study. Neuroscience Letters, 2006. 394(3): p. 216-221.
  28. Lubar, J.F., Neurofeedback for the management of attention deficit disorders. Biofeedback: A practitioner’s guide, 2003: p. 409-437.

 

Geef je e-mailadres als je geïnformeerd wilt worden over nieuwe onderwerpen:

Powered by NotifyList.com

 


Het Web Addy's Gids

 

 

attention deficit disorder tips omgaan met ADD